Over pesticiden en gezondheid
Om het antwoord te kunnen lezen klik je op het driehoekje voor de vraag.
1. Pesticiden worden toch goedgekeurd door de overheid? Wat is dan het probleem?
Dat klopt. Gewasbeschermingsmiddelen mogen in Nederland en Europa alleen worden gebruikt wanneer ze zijn toegelaten. Daar worden uitgebreide veiligheidstesten voor uitgevoerd. Maar daarmee is niet iedere vraag beantwoord.
We weten bijvoorbeeld steeds meer over langdurige blootstelling en over blootstelling aan meerdere stoffen tegelijk. De beoordeling van combinaties van stoffen – het zogenaamde cocktaileffect – is wetenschappelijk ingewikkelder dan het beoordelen van één afzonderlijke stof. Daar komt nog iets bij: in het verleden zijn middelen toegelaten die later steeds weer vanwege nieuwe inzichten alsnog zijn verboden. Dat betekent niet dat ieder toegelaten bestrijdingsmiddel gevaarlijk is. Het betekent wel dat de wetenschap zich blijft ontwikkelen.
De vraag is daarom niet alleen: “Mag het?” maar ook: “Kunnen we het gebruik ervan voorkomen?”
Biologische landbouw kiest zoveel mogelijk voor dat laatste: voorkomen in plaats van bestrijden.
2. Zijn die kleine hoeveelheden pesticiden echt schadelijk voor mij?
Op veel voedingsmiddelen worden resten van bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Meestal gaat het om kleine hoeveelheden en blijven die onder de wettelijke maximumwaarden.
Dat betekent dat het product volgens de huidige veiligheidsbeoordeling geschikt is om te eten. Maar “binnen de norm” is niet hetzelfde als “er zit niets in”. En we krijgen via verschillende voedingsmiddelen resten van verschillende stoffen binnen, die stapelen zich op en we weten weinig van de effecten daarvan.
Voor de consument is het belangrijk om beide kanten te zien: er is geen reden om groente en fruit te mijden, maar er is ook niets vreemds aan de wens om blootstelling waar mogelijk te voorkomen.
Dat is precies waar biologisch een keuze biedt.
3. Welke gezondheidsrisico’s zijn aan pesticiden gekoppeld?
Bij sommige bestrijdingsmiddelen bestaat wetenschappelijk bewijs of zijn verbanden gevonden met gezondheidsproblemen.Vooral bij mensen die beroepsmatig met gewasbeschermingsmiddelen werken, is veel onderzoek gedaan. Daarbij zijn onder andere verbanden onderzocht met neurologische aandoeningen, waaronder Parkinson, en met bepaalde vormen van kanker.
De blootstelling van consumenten via voedsel is doorgaans veel lager dan die van mensen die beroepsmatig met middelen werken. Maar het roept wel een interessante vraag op:
Als we onze blootstelling aan bepaalde stoffen kunnen verminderen door een andere productiewijze te kiezen, waarom zouden we dat dan niet doen?
Biologisch is daarmee geen garantie tegen ziekte, maar wel een manier om bepaalde blootstelling te vermijden.
4. Kan ik pesticiden er niet gewoon afwassen of schillen?
Wassen is altijd verstandig. Je verwijdert daarmee vuil en een deel van eventuele resten. Maar wassen verwijdert niet alles. Sommige bestrijdingsmiddelen blijven op het oppervlak zitten, andere kunnen in het gewas terechtkomen.Schillen kan bij sommige producten meer resten verwijderen, maar je gooit daarmee ook een deel van de vezels en voedingsstoffen weg.
En er is nog een ander punt.
Wat op een gewas wordt gebruikt, blijft niet noodzakelijk op dat gewas.
Bestrijdingsmiddelen kunnen ook in bodem, water en lucht terechtkomen. Daarom gaat de biologische keuze niet alleen over wat je afwast, maar over wat je aan de bron wilt voorkomen.
5. Ik woon in de stad. Heb ik dan wel iets met pesticiden te maken?
Pesticiden zijn geen probleem dat ophoudt bij de rand van een landbouwperceel. Onderzoek heeft resten van bestrijdingsmiddelen aangetroffen in onder andere lucht, huisstof, bodem en water. Ook in stedelijke gebieden kunnen dergelijke stoffen worden aangetroffen.
De vraag is dus niet alleen:
“Wat zit er op mijn eten?”
Maar ook:
“Welke stoffen willen we in onze leefomgeving?”
Als we minder chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, komt er uiteindelijk ook minder van deze stoffen in het milieu terecht.
6. Zitten er pesticiden in ons drinkwater?
Sommige bestrijdingsmiddelen en afbraakproducten kunnen in grond- en oppervlaktewater terechtkomen.
Drinkwaterbedrijven controleren het water en moeten ervoor zorgen dat het aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet. Wanneer ongewenste stoffen worden aangetroffen, kunnen aanvullende zuiveringsstappen nodig zijn.
Dat kost geld en energie.
Daarmee ontstaat een eenvoudige vraag:
Is het slimmer om vervuiling achteraf uit het water te halen, of om te voorkomen dat die vervuiling überhaupt ontstaat?
Biologische landbouw probeert nadrukkelijk de tweede route te kiezen.
7. Zijn biologische producten vrij van pesticiden?
Biologische landbouw is niet letterlijk een landbouw zonder alle vormen van bestrijding. Ook biologische boeren mogen onder bepaalde voorwaarden een beperkte lijst van natuurlijke of andere toegestane middelen gebruiken.
Maar synthetisch-chemische gewasbeschermingsmiddelen zoals die in de gangbare landbouw worden gebruikt, zijn binnen de biologische landbouw sterk beperkt en bijna alle daarvan zijn niet toegestaan.
De biologische aanpak begint bovendien niet met spuiten, maar met voorkomen:
- Vruchtwisseling;
- Gezonde bodem;
- Sterke gewassen;
- Mechanische onkruidbestrijding;
- Natuurlijke vijanden;
- Biodiversiteit.
Biologisch betekent dus vooral: een ander landbouwsysteem.
8. Is biologisch ook beter voor de boer?
De boer staat letterlijk het dichtst bij het landbouwsysteem.
Wie beroepsmatig met gewasbeschermingsmiddelen werkt, kan veel meer worden blootgesteld dan een consument die voedsel eet waarop eventueel een klein residu aanwezig is.
Minder chemische middelen gebruiken betekent daarom ook: een andere werkomgeving voor boeren en medewerkers.
Maar er is nog iets.
Daarom is de overgang naar een landbouw met minder chemische middelen niet alleen een kwestie van de boer aanspreken.
De meeste boeren zijn geen voorstander van onnodig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Een boer spuit niet omdat hij dat leuk vindt. Hij probeert een gewas te beschermen en tegelijkertijd zijn bedrijf financieel overeind te houden.
Ook de consument, supermarkt, voedselketen en overheid bepalen welke landbouweconomisch mogelijk is.
9. Waarom praten we over het aantal verschillende pesticiden en niet alleen over de hoeveelheid?
Omdat één voedingsmiddel soms resten van meerdere verschillende middelen kan bevatten.
Een lage hoeveelheid van één stof betekent niet automatisch dat er geen andere stoffen aanwezig zijn.
Het onderzoek naar zulke combinaties – de zogenaamde cumulatieve blootstelling – is complex en nog volop in ontwikkeling.
Daarom is het interessant om niet alleen te vragen:
“Hoeveel zit erin?”
Maar ook:
“Hoeveel verschillende stoffen gebruiken we eigenlijk?”
In biologische landbouw is het aantal toegestane synthetisch-chemische bestrijdingsmiddelen veel beperkter. Dat verschil is voor veel consumenten een belangrijke reden om biologisch te kiezen.